2.9 Lawaaibeheersing

Bepalingen uit het algemeen politiereglement - 'Goed leven in Komen-Waasten'.

 

In een voor het publiek toegankelijke onderneming - met inbegrip van handelszaken of horecazaken - mag de gespeelde muziek (in de zaak) een geluidsniveau van maximum 90 dB(A) halen.

De uitbater of de zaakvoerder moeten in de mate van het mogelijke ook voorkomen dat de muziek die in de zaak wordt gespeeld, buiten of door de naburige omwonenden hoorbaar is.

 

Er gelden wel 'tolerantiedrempels'. Een zaak waarin muziek wordt gespeeld, moet zo zijn ingericht dat het gemeten geluidsniveau (met een decibelmeter) in de buurt:

  • Niet 5 dB (A) hoger ligt dan het achtergrondgeluid, wanneer dat minder dan 30 dB(A) bedraagt;
  • Niet meer dan 35 dB(A) bedraagt wanneer het achtergrondgeluid tussen 30 en 35 dB(A) bedraagt;
  • Niet luider is dan het niveau van het achtergrondgeluid wanneer dat meer dan 35 dB(A) bedraagt.

 

Dit geluidsniveau wordt in een lokaal of een gebouw gemeten met gesloten ramen en deuren.

Als het vooraf geteste geluidsniveau meer dan de toegelaten 90 dB(A) bij normaal gebruik bedraagt, moet de uitbater op zijn kosten gedurende de exploitatie een werkende verzegelde geluidsbegrenzer plaatsen die toelaat om het geluidsniveau te regelen. Vervolgens moet hij of zij een afspraak maken met de dienst 'Interventie' van de lokale politie van Komen-Waasten die overgaat tot de controle van de muziekinstallatie in de zaak (gratis controle). De politie laat de uitbater vervolgens het maximum toegelaten geluidsvolume weten, samen met de conformiteitsverklaring van de installatie. Elke aanpassing aan de muziekinstallatie moet aan de lokale politie worden gemeld die dan een nieuwe test uitvoert.

 

De inachtneming van deze metingen is één van de voorwaarden die voorafgaan aan de aflevering van de openings- en uitbatingsvergunning van de zaak door het stadsbestuur.

 

Buiten muziek spelen is te allen tijde verboden.

 

Zonder toelating van het stadsbestuur waarin de voorwaarden en plaatsen zijn vastgelegd, mogen ambulante handelaars en dienstverleners hun aanwezigheid in het openbaar domein niet door te roepen of met behulp van

een microfoon, een bel of een ander instrument aankondigen.

 

Zonder afbreuk te doen aan de geldende wetgeving over de bestrijding van geluidsoverlast (en in het bijzonder het KB van 24 februari 1977 houdende vaststelling van geluidsnormen voor muziek in openbare en private inrichtingen), zijn er een aantal bepalingen over deze aangelegenheid in het algemeen politiereglement opgenomen. Die vindt u terug onder punt 12 'Bestrijding van geluidsoverlast'. Hierin komen onder andere de volgende onderwerpen aan bod: geluidsalarmen voor voertuigen of woningen, het gebruik van werktuigen met een motor, alarmkanonnen, ontstekers, 'luidruchtige' werken, het gebruik van luidsprekers, sirenes enz. op kermissen en buurfeesten, het verspreiden van geluid in het openbaar domein enz.