2.2 Uithangbord

Een uithangbord is een van de drie belangrijkste communicatiemiddelen van een handelszaak, samen met de etalage en de winkelinrichting. Het moet de aandacht trekken en bij de klant het idee van behoefte opwekken. Het is de bepalende factor voor de identiteit van een handelszaak: de klant  moet aan de hand van de kleuren en het logo weten welke soort producten en diensten worden aangeboden en welk merk ze vertegenwoordigen. 

Het regels voor uithangborden zijn vastgelegd in het RGP (Règlement General de Police - APR of algemeen politiereglement) - dat u kunt inkijken op de website van de Lokale Politie www.policelocale.be/5318/a-propos - en in het Code du Développement Territorial (CodT - Wetboek van ruimtelijke ontwikkeling). Voor uithangborden, reclame-inrichtingen en verlichting moet op voorhand een vergunning bij de stad worden aangevraagd. Ze moeten voldoen aan de bepalingen van het CodT en aan andere wettelijke en reglementaire bepalingen. Het schepencollege onderzoekt de aanvragen en houdt daarbij rekening met de bepalingen van het huidige reglement en van de Guide Régional d'Urbanisme (GRU - Gewestelijke Stedenbouwkundige Gids) voor uithangborden en reclame-inrichtingen.  

Krachtens artikel D.IV.4 van het Wetboek van ruimtelijke ontwikkeling (CodT) is een stedenbouwkundige vergunning altijd verplicht als u een uitgangbord wilt plaatsen (dossier samen te stellen volgens bijlage 9 van het CodT die bepaalt hoe aanvraagdossiers voor een stedenbouwkundige vergunning zonder de hulp van een architect moeten zijn samengesteld; het gaat hier om andere aanvragen dan bedoeld in bijlagen 5 tot en met 8. U vindt deze informatie terug op de website www.uvcw.be/codt/documents). 

Naast de voorschriften van de Gewestelijke Stedenbouwkundig Gids (GRU) schrijft het Algemeen Politiereglement (APR) voor dat alle uithangborden in de gevel moeten worden geïntegreerd, zowel qua architectuur als qua algemene tinten van het gebouw. Het geheel mag uit maximum drie elementen per gevel en per activiteit bestaan in de vorm van een banner of een vlag of aan een standaard. Zijn verboden: uithangborden op het dak of op een balkon, op stoffen dragers (behalve op een lambrekijn), uithangborden in de vorm van lichtsnoeren, knipperende uithangborden enz.

Als u uw activiteit stopzet, moet de eigenaar van het gebouw het uithangbord uiterlijk een maand na de stopzetting verwijderen. Uithangborden die van voor 2016 dateren en niet aan de voorschriften beantwoorden, moeten worden verwijderd of aangepast wanneer er een nieuwe uitbater komt, wanneer het uithangbord wordt vervangen of wanneer het een gevaar vormt voor de veiligheid van de openbare orde. Een niet-vergund, versleten of gevaarlijk uithangbord kan tot slot op vraag van de burgemeester worden verwijderd na het versturen van een ingebrekestelling met een gewoon schrijven. Er kan geen schadeloosstelling worden gevraagd.
 

Uithangborden in de vorm van een vlag

Onder een uithangbord dat loodrecht op de gevel is bevestigd, moet een vrije doorgang van 2,5 meter hoogte ten opzichte van het niveau van het voetpad worden gelaten. Het uithangbord mag niet hoger hangen dan de venstertabletten van de eerste etage. Het uithangbord zelf mag niet hoger zijn dan 110 cm in totaal en de oppervlakte mag maximum 1,5 m² bedragen.
 

Uithangborden in de vorm van een banner

Een uithangbord parallel met de gevel mag enkel tussen de etalages op het gelijkvloers en de onderzijde van de vensteropeningen op de eerste etage. Het uithangbord mag niet meer dan 60 cm hoog zijn en de totale breedte mag maximum 2/3 van de gevelbreedte bedragen. Het moet bestaan uit uitgesneden letters die niet hoger zijn dan 45 cm.
 

Uithangborden op beglazing

Een uithangbord is toegelaten op de etalages op het gelijkvloers. Het bord mag echter niet meer dan 50 % van het totale etalageoppervlak beslaan. Het mag uitsluitend in gezandstraalde folie zijn uitgevoerd en enkel uitgesneden elementen bevatten.
 

Verlichte uithangborden

Een verlicht uithangbord mag verlicht worden met led's of tl-lampen en met op- of inbouwspots. De verlichting mag niet knipperen en moet continu zijn. 
 

Totems en masten

Deze inrichtingen mogen uitsluitend op privéterrein staan, met als bijkomende voorwaarde dat ze op minimum 2 meter van de grens met de buren moeten staan, niet meer dan 4 meter hoog mogen zijn en in de grond moeten verankerd zijn, zonder extra verlichting.
 

Zeilen en spandoeken

Deze worden vaak als informatiemedium bij een bouw- of verbouwingsproject gebruikt en mogen enkel op privéterrein worden aangebracht. Het gaat om één enkel zeil of spandoek per gevel, uitsluitend tijdens de werken. Het mag niet meer dan 12 m² groot zijn en er mag geen autonome reclame op worden aangebracht.

 

Uithangborden binnen

Een uithangbord mag ook in het gebouw worden gehangen achter de geveletalage. Het mag bestaan uit uitgesneden letters, niet meer dan 40 cm hoog zijn en maximum 2/3 van de breedte van de etalage beslaan. Affiches op een staander of 'stand banners' mogen achter de etalage worden geplaats, op voorwaarde dat ze niet de volledige etalage beslaan.